DefQon
“Jullie komen voor Defqon. Dat kan. Wij hebben huisregels waar wij ons strikt aan houden. Overleg dit met je vrienden en als je hiermee akkoord gaat en dit per mail bevestigd staat de reservering vast.“
Dat was de eerste reactie van de camping na mijn bijzonder net geschreven reserveringsaanvraag. Hierna hebben we nog wat heen en weer gemaild, maar de reservering stond pas vast toen ik uitdrukkelijk akkoord was gegaan met die huisregels.
Daar aangekomen, op vrijdag 17 juni, werd ons nogmaals gevraagd of we bekend waren met de huisregels en het feit dat die strikt nageleefd werden. We werden kil naar onze plaats begeleid, waar we terecht kwamen op het aparte stuk camping speciaal voor DefQon-bezoekers. Hoewel we allemaal met hetzelfde doel daar waren, voelde die verbondenheid eerder noodlottig dan prettig. Iedereen maakte er het beste van en ons werd ook al snel duidelijk dat DefQon-bezoekers geen gebruik mochten maken van de electriciteit. Daar stonden we dan met onze koelkast vol bier. Aan de andere kant van de heg zagen we hoe gezinnen met luxe campers ijskoude drankjes uit hun koelkasten haalden.
Toen we met onze auto boodschappen gingen doen konden we niet van het terrein af. De slagboom opende alleen met een speciaal kaartje, wat niet aan DefQon-bezoekers werd uitgegeven. Eénmalig werd de poort geopend, we konden dus niet meer met de auto terug op het terrein, wat nogal lastig was met al die barbecue-boodschappen. Een verdere inspectie van dit ontspanningskamp leerde ons dat de douches en wasbakken al om 22:00 uur gesloten waren, “om overlast te voorkomen". Op het blaadje stond niets over DefQon-bezoekers, maar het was voor iedereen duidelijk. Anti-DefQonisme snijdt diep.
’s Avonds, nog voor 0:00 uur, liep de kampleiding nog een laatste ronde en werd iedereen gesommeerd de radio uit te zetten. Even later zaten we in onze gesloten tent, enkel verlicht door een waxinelichtje. Dicht bij de radio, op volumestandje ‘net hoorbaar’, luisterden we naar Radio Oranje om toch nog een glimp van de buitenwereld op te kunnen vangen. De koningin sprak ons bemoedigend toe en het verzet was in opkomst. Wellicht zouden we binnen een paar dagen bevrijd kunnen worden…








